Home Artikelen
facebooktwitter 

Colombiaanse vrede

rio-public-transport-chaos

Een middelvinger van de kerk

Braziliaanse gevangenissen

Een wasmand vol ledematen

Nog altijd rollen de doodskoppen door Rio

maandag, 01 juli 2013

doodskoppen-rio

Rio de Janeiro is hard bezig met een grote schoonmaak in de sloppenwijken‚ met het oog op het WK voetbal 2014. Marjon van Royen gaat in de haar zo vertrouwde favela’s op zoek naar de gevolgen ervan. ‘De grote uittocht is begonnen.’

Wordt vervolgd, Juli-Augustus 2013 (Fotografie: Kadir van Lohuizen / NOOR)

Een zwarte pantserwagen ronkt door de steile steeg naar boven. In de schietkoepel op het dak draaien de monden van machinegeweren rond. Ook uit de gaten aan de zijkant steken geweerlopen, als de vuurpoten van een kwade spin. De Caverao, letterlijk het 'Grote Doodshoofd' heet hij. De nachtmerrie van alle kinderen. 'Als je het Grote Doodshoofd hoort moet je meteen onder je bed kruipen', weten ze in de meer dan 1000 favelas van Rio. Want dan begint het grote schieten. De kogels van deze moordmachines gaan recht door de wanden van hun huisjes heen. Net als de kogels van de drugsbazen. Vanuit hun arendsnesten boven op de berg schieten ze terug op de politie. Met pistolen en machinegeweren. En soms met bazooka's.

Maar vandaag blijft het daar boven angstig stil. Achter het Grote Doodshoofd stormen oorlogstroepen te voet de steegjes in. Ze trappen deuren open, doorzoeken huisjes. En nog steeds is er geen schot gelost. Het lijkt wel of de drugsbazen en hun 'soldaten' in rook zijn opgegaan.

Op de top van de wijk plant de commandant van de operatie een Braziliaanse vlag, naast die van zijn eenheid: een wit doodshoofd op een zwarte achtergrond. Tevreden kijkt hij uit over de pokkige deken van bruine huisjes onder hem. Even verderop straalt het verbouwde voetbalstadion als een witte ufo. 'Hoe lang blijft u hier nu', vraag ik hem. De commandant steekt zijn duimen achter de borstplaat van zijn kogelvrije vest: 'Voor altijd', grijnst hij.

Dit is de kern van het nieuwe veiligheidsbeleid van Rio: politieposten ín de sloppenwijken. Althans in 36 van de 1000 favelas van Rio. Alleen de favelas in de rijke Zuid-zone, de toeristengebieden en rond het stadion krijgen zo'n post.

'Doe iets', was de eis van de internationale voetbalbond FIFA aan de autoriteiten van Rio. Een stad met een van de hoogste moordpercentages ter wereld. Overvallen, schietpartijen en

complete loopgraven oorlogen die zelfs de chiqueste buurten lamleggen. In die stad zou volgend jaar het WK voetbal moeten worden gehouden? En in 2014 de Olympische Spelen?

De 'vondst' van het stadsbestuur was: wijkpolitie. Plechtig 'pacificatie politie' genoemd, of UPP. Want hoe raar het ook klinkt, voor Brazilië is het stichten van een politiepost in een sloppenwijk iets ongehoords.

Ik herinner me mijn allereerste interview met de politiechef van Rio. Als groentje vroeg ik hem waarom hij steeds met zoveel geweld in de favela binnenvalt, om er dan gelijk weer uit te vertrekken. Verbijsterd keek hij me aan: 'U bouwt toch ook geen kazernes in het land van de vijand?'

Zo leerde ik: de favelas zijn het territorium van de 'vijand'. Ook al rijzen ze overal op tegen de bergwanden boven de rijke wijken. Voor het stadsbestuur zijn het illegale nederzettingen gebleven, die zich als etterende puisten aan de berghellingen hebben gehecht. Ze staan op geen enkele kaart. Dus waarom zou je daar voorzieningen aanleggen? Een riool, een sportveldje of een school bouwen?

Regelmatig knijpt de politie wat puisten uit. Achter hun grote Doodshoofden stormen ze de sloppenwijk binnen. Kinderen en vrouwen geraakt door kogels. En de vermeende drugsbaas niet gearresteerd, maar geëxecuteerd: 'Verzet tegen arrestatie', heet dit eufemistisch. Hoe vaak heb ik het niet gezien. Als een bloedige trofee tonen de agenten het lijk aan de pers. Terwijl hun commandanten even verderop alweer de in beslag genomen wapens en drugs terug verkopen aan drugsbaas nummer twee. Een ziek systeem van wederzijdse besmetting dat – met maar 34 gepacificeerde favelas – voor het overgrote deel van stad dus niet verandert. Aan de ene kant de politie, die met zijn gewelddadige invallen de drugsbazen geld afpersen. En aan de andere kant de drugsbazen die als feodale landheren over hun territorium heersen.

'Het is wel even wennen niet permanent je vinger aan de trekker te houden ', zegt agent Rafael Soares (32) met zijn vinger aan de trekker. [Zie de foto van hem!] Hij is één van de kersverse pacificatie agenten in de favela Vidigal in de toeristische Zuidkant van de stad. Samen met drie collega's controleert hij de bestuurders van de brommertjes in de wijk op het bezit van weed. Een aparte opleiding, los van het bestaande politiekorps, en een extra cursus mensenrechten. Dat moet de UPP-er 'anders' maken dan de rest van het corrupte politiekorps.

Alleen: Soares heeft die aparte opleiding nooit gedaan. Hij is eenvoudig overgeplaatst uit een van de bataljons aan de arme Noordkant van de stad. 'Er zijn te weinig nieuwe UPP agenten voor alle 34 favelas', verklaart hij. Met een gebaar van zijn machinegeweer sommeert hij een zwarte jongen van zijn brommer te stappen. Routineus schopt hij de voeten van de jongen uit elkaar, en fouilleert hem: 'Nada, niks.' Het lijkt wel teleurstelling op het gezicht van Soares. Uit de autoradio knettert een bericht. Een groep buurtbewoners heeft zich verzameld rond een tierende vrouw. De oude vrouw vertelt hoe er in haar huisje is ingebroken. 'Voordat jullie hier de baas kwamen spelen gebeurde dat nooit', bijt ze de agenten toe. 'Wij konden gewoon onze deur open laten.' Met een zucht schuift Soares zijn machinegeweer op zijn rug, en haalt een opschrijfboekje tevoorschijn. 'Ja', geeft hij toe terwijl hij een pen zoekt. 'Ik mis de adrenaline van mijn bataljon.'

Een adembenemend uitzicht, helemaal op de top van Vidigal. Jonas (26) is aan het werk op een hoge stellage. 'Voor de kinderen is de UPP hier fantastisch. Omdat er haast niet meer wordt geschoten', vertelt hij akelig wiebelend op een paar plankjes. En voor hemzelf? 'Ach', zegt hij lachend. 'Of je nu door de ene baas wordt geslagen of door de andere.' Nee, hij bouwt hier niet aan zijn eigen huis. Was het maar waar! 'Dit wordt een vijf-sterren hotel. Met een zwembad op het dak.' Een vijfsterren hotel in de sloppenwijk. 'Kun je dat geloven?'

Hij wijst hij naar zijn huisje eronder. Drie gezinnen in vier kamers. Het extra kamertje dat hij gebouwd had, moest hij na de pacificatie weer afbreken. 'Omdat het gevaarlijk zou zijn, en niet aan de wetten voldeed.' Zijn lach klinkt nu schamper 'En 50.000 liter water op een dak is niet gevaarlijk?' Hij takelt nog een emmer cement naar boven. 'Voor de armen de wet, en voor de rijken de vrienden', citeert hij een beroemd Braziliaans gezegde. Meer wil hij er niet over kwijt. 'Ga zelf maar met de eigenaar praten.'

Een gedistingeerde heer met wapperende manen staat de volgende dag op de plek van Jonas. 'Ziet u daar? Die stranden, die witte flats', wijst hij met grote gebaren. 'Dat is het duurste van Latijns Amerika! Het herenhuis van onze stad.' Voor architect Helio Pellegrino is de pacificatie een 'verrukkelijke kans'. Moet je voorstellen. Vidigal met zijn arme zwarte bevolking was de 'slavenstal' van de Zuid zone. 'Nu bouw ik uitschot om tot luxe. De slavenstal als onderdeel van het herenhuis.' Nee, de vergunningen heeft hij nog niet. Maar de gemeente begrijpt het sociale belang. Hij weet het zeker: 'Uiteindelijk drinkt iedereen mee in de beker van deze honing.'

In het mossige kantoor van de bewonersvereniging is de stemming een stuk minder poetisch. Voorzitter Wanderley Ferreira vertelt hoe nu overal in de wijk projectontwikkelaars als Pellegrino huisjes opkopen. Voor 8000 of 10.000 Euro doen de mensen woning van de hand. 'Ze rekenen zich rijk', zegt Ferreira. Want voor die bedragen koop je alleen nog in de arme, niet gepacificeerde Noord-zone.

De huren in Vidigal zijn meer dan verdubbeld. 'Veel mensen brengen dat niet meer op.' Dus zie je overal hippe buitenlanders de de plek van de oorspronkelijke bewoners innemen.

'De grote uittocht is begonnen', zucht Ferreira. Meer dan veertig jaar heeft hij gevochten tegen de ontruiming van zijn sloppenwijk. Eerst letterlijk. Tegen de soldaten van de militaire dictatuur. Later met processen en vreedzame acties. 'Al die tijd is het ons gelukt om ons niet te laten verbannen.' Maar nu doen de wetten van de markt geruisloos, wat militairen en bulldozers nooit is gelukt: het verjagen van de armen uit het stadsbeeld van de rijken. De UPP's hebben alleen een 'ballon effect', zegt de wijkvoorzitter. Geweld wordt er niet door opgelost. Het wordt alleen verplaatst naar de arme onzichtbare delen van de stad. 'Over drie jaar woon ook ik hier meer', voorspelt Ferreira.

En de drugsbazen? Waar zijn die intussen gebleven? Zonder slag of stoot hebben ze de 34 gepacificeerde favelas opgegeven. Zijn het plots brave engeltjes geworden?

'Ik ga een rustig leven leiden in de Noord-zone', zei de drugsbaas van de sloppenwijk naast mijn huis, een paar weken voordat ook die gepacifieerd werd. Aan zijn voeten een grote baal gedroogde weedplanten waar hij met een schaar de toppen af knipte. Zijn soldaten werkten hard om de zakjes voor de verkoop klaar maakten. 'Geven jullie echt de lucratieve Zuid-zone als afzetgebied op', wil ik weten. 'Waarom vechten jullie niet terug?' Ik heb hun macht al een paar keer ervaren. Als de drugsbazen het willen, kunnen ze de hele stad platleggen. Winkeliers die massaal worden gedwongen om de luiken te sluiten. Belangrijke kruispunten bezet, en politiebureaus beschoten. Met een spottende lach keek de drugsbaas me aan: 'Denk je echt dat we iets opgeven?'

En verdomd. Een paar weken na de komst van de nieuwe van de UPP ging het drugsverkooppunt naast me inderdaad weer open. Alleen de look van het personeel was veranderd. Het vertrouwde beeld van bewapende drugssoldaten op de verkooppunten was verdwenen. Ook patrouilleerden ze niet meer door de wijk. Niet lang daarna verschijnen in de krant de eerste berichten over omgekochte UPP-agenten.

Ik ga mijn licht bij Wiliam opsteken. Een afgezwaaide drugsbaas, die nu sociale projecten begeleidt in de Noord-zone. Hij laat ons zijn werkterrein zien. Een sloppenwijk aan de rafelrand van de stad. Open riolen. De huisjes zijn overbevolkt. 'Mens, ik ben de tel allang kwijt', zegt oma Arletta, op de vraag hoeveel kinderen en kleinkinderen er bij haar wonen. [Van haar in haar volle huisje is ook foto] Twee van haar zonen zijn gedood in de drugshandel. Nu maakt ze zich zorgen om haar kleinzonen. die er ook in zijn gestapt. 'Ik heb niets bereikt in mijn leven, alleen dit', zegt ze met haar armen om zich heen wijzend.

Wiliam vertelt dat de drugsbazen uit de Zuid-zone nu inderdaad massaal in het arme Noorden zitten. Toch gaat de verkoop van marihuana en cocaïne in de favelas van de Zuid-zone gewoon door. Maar dan zonder 'Wat denk je?', zegt Wiliam. 'Is het geen leuke besparing, wanneer je als drugsbaas al die soldaten niet meer hoeft te te betalen?'

Opeens gaat me een licht op. Natuurlijk! Na het instellen van de UPP naast me, werd ik voor het eerst in dertien jaar in mijn huis overvallen. Bestolen, gegijzeld, en bedreigd door vijf gemaskerde mannen. Dat waren natuurlijk de boventallige drugssoldaten. Ook in de andere wijken van de Zuid-zone en rond het stadion neemt het aantal berovingen en overvallen met sprongen toe. Tot zover het succes van de UPP's voor de veiligheid van Rio.


Video CV in English

marjon-correspondent3

All English Language Videos

De nacht van de schreeuw

rainbow_cover

De pers:
‘Leest als een roman' NRC Handelsblad

‘Het Mexico dat Marjon en Sandra bij elkaar beleefd hebben staat in geen enkele reisgids' De Morgen

ISBN: 9789041707284
Oorspronkelijke Nederlandse uitgave:
Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam

Uitgave als Rainbow Pocket: februari 2009
Rainbow Pocketboek nr: 508
Prijs: € 7.95

Uitgeverij Fosfor heeft Nacht van de schreeuw opnieuw uitgegeven (Juni 2015). Nu ook als E-book (ePub zonder DRM / 178.000 woorden; leestijd ca. 15 uur / eerste druk 2005). Ook verkrijgbaar via bol.com.

Omslagillustratie: Wim Hardeman

Bekijk de foto's horend bij 'De nacht van de schreeuw'


Tags